Make your own free website on Tripod.com

•  De beroepsziekteverzekering

 

K.b. 3.6.1970 (staatsblad 27.8.1970) = coördinatie van de wetten betr. de schadeloosstelling van 24.12.1963 en 24.12.1968

K.b. 26.9.1996 (staatsblad 9.10.1996) betr. de wijze van indiening van aanvragen

 

De beroepsziekteverzekering: structuur en organisatie

 

Het Fonds voor beroepsziekten (FBZ), een overheidsdienst, treedt op als (enige) verzekeraar.

Website FBZ: www.fmp-fbz.fgov.be

Lees ook Beroepskanker zwaar onderschat in De Standaard van 29.05.2002 p. 5

 

De beroepsziekteverzekering: begrippen

 

Een beroepsziekte is een ziekte opgelopen ten gevolge van de beroepsactiviteit.

Voor wat betreft (het bewijs van) het causaal verband tussen ziekte en beroep bestaan twee systemen, het lijstensysteem en het open systeem.

 

Het lijstensysteem

 

Er geldt een wettelijk (weerlegbaar) vermoeden dat een ziekte het gevolg is van de beroepsuitoefening als het slachtoffer

(1) in zijn beroep blootgesteld was aan een beroepsrisico

Er is een beroepsrisico als de blootstelling aan de schadelijke stof of omstandigheid inherent is aan de beroepsuitoefening en beduidend groter is dan de blootstelling van de bevolking in het algemeen en volgens de medische kennis van aard is om de ziekte te veroorzaken.

Voor de lijst van nijverheden, beroepen of categorieën van ondernemingen waarin het slachtoffer van een bepaalde beroepsziekte vermoed wordt blootgesteld te zijn geweest aan het risico van deze ziekte zie KB 11.7.1969 (BS 15.7.1969), gewijzigd bij KB 4.11.1974 (BS 24.12.1974) en KB 26.11.1982 (BS 16.12.1982).

(2) lijdt aan een ziekte die voorkomt in de officiële lijst van beroepsziektes

Voor de lijst van ziektes zie www.fmp-fbz.fgov.be > lijsten

 

Het open systeem

 

Een werknemer die door zijn beroep lijdt aan een ziekte die niét voorkomt in de officiële lijst heeft toch recht op een financiële tegemoetkoming als hij de blootstelling aan het overeenkomstige beroepsrisico en het causaal verband tussen deze blootstelling en de ziekte bewijst.

 

De beroepsziekteverzekering: financiële regeling

 

De financiële regeling is, op enkele details na, dezelfde als die voor de arbeidsongevallenverzekering.

Ook hier worden de vergoedingen berekend op basis van het loon van de 12 maanden die voorafgaan aan de beroepsziekte, begrensd tot € 25.893,45.

Maar hier betaalt een overheidsdienst en niet een private verzekeraar, en hier is het de medische adviseur van het FBZ die de arbeidsgeneesheer van de werkgever kan vragen om de mogelijkheid op wedertewerkstelling of reclassering te onderzoeken.

2.3.4 De vakantieregeling

 

K.b. 28.6.1971 (staatsblad 30.9.1971) = coördinatie wetten betr. de jaarlijkse vakantie van werknemers

Uitvoeringsbesluit 30.3.1967 (staatsblad 6.4.1967)

CAO 59 van 20.12.1994, k.b. 27.1.1995 (staatsblad 15.3.1995)

 

De vakantieregeling: structuur en organisatie

 

Bedienden ontvangen hun vakantiegeld direct van de werkgever.

 

Arbeiders ontvangen hun vakantiegeld via het vakantiefonds van de werkgever.

Een vakantiefonds is een sectoraal fonds - voor sectoren die niet over een vakantiefonds beschikken treedt de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie (RJV) op als vakantiefonds.

Website RJV: onva-rjv.fgov.be

De inning van de werkgeversbijdragen voor het vakantiegeld voor arbeiders gebeurt door de RSZ, de berekeningsbasis is het loon van het voorbije jaar à 108% (zie verder).

 

De vakantieregeling: tijdstip en duur van de jaarlijkse vakantie

 

Elke werknemer heeft recht op jaarlijkse vakantie.

Hij neemt zijn vakantie (met minstens 1 ononderbroken week) tijdens het vakantiejaar . Overdracht naar een volgend jaar is in principe verboden.

Het paritair comité van de sector stelt de data van de collectieve vakantie vast. Zijn deze tegen uiterlijk 31.12 van het vakantiedienstjaar (zie hierna) niet vastgesteld dan beslist de ondernemingsraad of anders de werkgever (in overleg met de syndicale delegatie of als die er niet is met de individuele werknemer). Zo nodig beslist de Arbeidsrechtbank.

 

Op hoeveel vakantie een werknemer recht heeft is afhankelijk van de omvang van zijn arbeidsprestaties tijdens het vakantiedienstjaar = het jaar vóór het vakantiejaar.

Naast de effectieve arbeidsprestaties worden ook een aantal gelijkgestelde dagen meegeteld voor de berekening van de vakantieduur, o.a. de volledige periode van tijdelijke algehele arbeidsongeschiktheid wegens een arbeidsongeval of een beroepsziekte en de eerste 12 maand van de periode van tijdelijke gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van minstens 66% nadien, de eerste 12 maand van de arbeidsongeschiktheid wegens een ongeval of een ziekte van het gemeen recht, de voor- en nabevallingsrust, de periode van afwezigheid omwille van sociale promotie en educatief verlof, betaalde feestdagen, betaalde vakantiedagen. (Zie art.16-21 en 41-44 k.b. 30.3.1967).

•  Een bediende met een 6daagse werkweek heeft recht op 2 dagen vakantie per gewerkte of gelijkgestelde maand in het vakantiedienstjaar: zie het schema hierna.

Alleen volle maanden komen in aanmerking.

•  Voor de berekening van de vakantie van een arbeider worden het aantal gewerkte en gelijkgestelde dagen tijdens het vakantiedienstjaar geteld: zie het schema hierna.

 

AANTAL VAKANTIEDAGEN BEDIENDEN

Aantal gewerkte en gelijkgestelde maanden

Zesdagenweekstelsel

Vijfdagenweekstelsel

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

 

2

4

6

8

10

12

14

16

18

20

22

24

 

 

2

4

5

7

9

10

12

14

15

17

19

20

 

 

AANTAL VAKANTIEDAGEN ARBEIDERS

Aantal gewerkte en gelijkgestelde dagen

Zesdagenweekstelsel

Vijfdagenweekstelsel

 

0- 11

12- 23

24- 34

35- 46

47- 57

58- 69

70- 80

81- 92

93-103

104-115

116-126

127-138

139-149

150-161

162-172

173-184

185-195

196-207

208-218

219-230

231-241

242-253

254-264

265-276

277 en meer

 

 

0

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

 

0

1

2

3

4

5

5

6

7

8

9

10

10

11

12

13

14

15

15

16

17

18

19

20

20

De vakantieregeling: het vakantiegeld

 

Vakantiegeld bedienden

 

Bedienden ontvangen een enkel en een dubbel vakantiegeld.

•  Het enkel vakantiegeld is gelijk aan het normale loon en wordt uitbetaald door de werkgever bij het begin van elke vakantieperiode.

•  Het dubbel vakantiegeld bedraagt 92% van het normale loon van de maand waarin de hoofdvakantie begint a rato van 1/12 per gewerkte of gelijkgestelde maand in het vakantiedienstjaar. Het wordt uitbetaald door de werkgever bij het nemen van de hoofdvakantie.

 

Wanneer een bediende uit dienst treedt of in volledige loopbaanonderbreking gaat overhandigt zijn werkgever hem vakantieattesten voor het lopende en het vorige vakantiedienstjaar, met vermelding van de periode(s) waarin de bediende bij hem in dienst was, de ev. gelijkgestelde periode(s) en het bruto verschuldigd vakantiegeld.

Zijn werkgever betaalt hem:

15,34% van het bij hem tijdens het lopend vakantiedienstjaar verdiende brutoloon en van het fictieve loon voor de gelijkgestelde dagen

+

als de bediende nog geen vakantie voor dat jaar opnam

15,34% van het (verdiende + fictieve) loon van het vorige vakantiedienstjaar

 

1-

Nam de bediende slechts enkele snipperdagen (x) van het aantal vakantiedagen waarop hij recht heeft (y) dan betaalt zijn werkgever hem voor het vorige vakantiedienstjaar

15,34% - (x/y x 8%) van het loon van het vorig vakantiedienstjaar.

 

2-

Nam de bediende slechts enkele snipperdagen (x) van het aantal vakantiedagen waarop hij recht heeft (y) maar ontving hij niettemin reeds het dubbel vakantiegeld dan betaalt zijn werkgever voor het vorige vakantiedienstjaar

15,34% - (x/y x 8%).

Het dubbel vakantiegeld moet tegengeboekt worden in de maand waarin het werd toegekend. De bediende kan nl. zijn hoofdvakantie opnemen bij een ev. volgende werkgever en dan zijn dubbel vakantiegeld ontvangen.

 

3-

Nam de bediende reeds zijn hoofdvakantie en ontving hij (dus) reeds het dubbel

vakantiegeld dan betaalt de werkgever hem voor het vorige vakantiedienstjaar de resterende vakantiedagen (x) van het aantal vakantiedagen waarop hij recht had (y) =

x/y x 8% van het loon van het vorige vakantiedienstjaar.

 

De resterende vakantiedagen waarop de bediende recht heeft zal hij kunnen opnemen bij zijn ev. nieuwe werkgever.

 

Toepassingen: Sociale gids p. 52/25

 

Bij verandering van werkgever gelden de volgende regels.

 

1- Een bediende werkt opeenvolgend bij twee werkgevers.

•  Hij overhandigt wanneer hij vakantie neemt zijn vakantieattesten aan zijn nieuwe werkgever.

•  Deze betaalt hem zijn vakantiegeld alsof hij reeds tijdens het vakantiedienstjaar bij hem werkte min het reeds ontvangen vakantiegeld voor het vorige vakantiedienstjaar bij uitdiensttreding bij de vorige werkgever.

De aftrek mag niet meer bedragen dan het vakantiegeld bij uitdiensttreding dat de nieuwe werkgever had moeten betalen zo de bediende tijdens de overeenstemmende periode in het vakantiedienstjaar bij hem in dienst was geweest.

 

2- Een arbeider wordt bediende.

•  Hij overhandigt wanneer hij zijn vakantie neemt zijn werkgever het betalingsbewijs van zijn vakantiegeld als arbeider (ontvangen via het vakantiefonds).

•  Deze betaalt hem zijn vakantiegeld alsof hij reeds tijdens het vakantiedienstjaar bij hem werkte als bediende min het vakantiegeld dat hij als arbeider ontving verminderd met 1% .

De aftrek mag niet meer bedragen dan het vakantiegeld bij uitdiensttreding dat de nieuwe werkgever had moeten betalen zo de arbeider bij hem had gewerkt als bediende.

 

3- Een bediende wordt arbeider.

•  De eerste werkgever betaalt het vakantiegeld bij uitdiensttreding.

•  Het vakantiefonds betaalt het vakantiegeld als arbeider.

 

Toepassingen: Sociale gids p. 52/26 e.v.

 

Vakantiegeld arbeiders

 

Het enkel en dubbel vakantiegeld (VG) voor een arbeider wordt in één keer uitbetaald door het vakantiefonds waarbij zijn werkgever is aangesloten, op een vast tijdstip (mei/juni) van het vakantiejaar.

 

bruto vakantiegeld

15,38% van de (werkelijke en fictieve) brutolonen van het vakantiedienstjaar

à 108%

- solidariteitsbijdrage

1% van het enkel + dubbel VG

- sociale zekerheidsbijdrage

13,07% alleen van het dubbel VG

= belastbaar vakantiegeld

 

- bedrijfsvoorheffing

17,17% als belastbaar VG = of < € 970

23,23% als belastbaar VG > € 970

= netto vakantiegeld

 

 

Toepassingen: Sociale gids p. 52/17

 

 

 

 

 

 

De vakantieregeling: de jeugdvakantie

 

Wie in 2004 afstudeert zou, volgens de reguliere vakantieregeling, het volledige jaar 2005 moeten werken om voor het eerst in 2006 van een volledige vakantie = 4 weken te kunnen genieten. Sinds kort bestaat echter een soort van gunstregeling die voorziet in een aanvullende vakantie en aanvullend vakantiegeld voor jongeren die voor het eerst aan het werk zijn.

Wet 22.5.2001 (staatsblad 21.6.01), uitgevoerd bij k.b.13.06.01, m.b.14.06.01, k.b. 26.6.01

Zie www.jeugdvakantie.be/newacv/nl/jongeren/index.htm > info

 

Een jongere die zijn studies beëindigde (= stopzette of afstudeerde) bijv. in 2004 en voor het eerst werkt bijv. in 2004 heeft in 2005 recht op 4 weken vakantie :

= de zelf verdiende vakantiedagen voor de gewerkte + gelijkgestelde maanden

of dagen van zijn eerste vakantiedienstjaar = 2004

+ extra jeugdvakantiedagen als hij

•  zijn studies beëindigde tijdens zijn eerste vakantiedienstjaar = 2004

De beëindiging van de studies wordt aangetoond door een verklaring op eer.

•  na zijn studies minstens 1 maand werkte als arbeider of bediende (niét als jobstudent) in dat eerste vakantiedienstjaar = 2004

•  geen 25 is op het einde van dat vakantiedienstjaar = op 31.12.2004

•  deze extra vakantiedagen aanvraagt bij een betaalinstelling van de werkloosheidsuitkeringen

Werkloosheidsuitkeringen worden uitbetaald door de vakbonden (ACV, ABVV, ACLVB) of door de Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen (HVW). (Zie 2.3.6)

 

gewerkte maanden

reguliere vakantie

extra jeugdvakantie

totale vakantie

1

2

18

20 dagen

2

4

16

20

3

5

15

20

4

7

13

20

5

9

11

20

6

10

10

20

7

12

8

20

8

14

6

20

9

15

5

20

10

17

3

20

11

19

1

20

12

20

0

20

 

De jeugdvakantie-uitkering , ten laste van de RVA, bedraagt 65% van het gemiddeld dagloon begrensd tot € 63,2015 per dag of € 1643,24 per maand.

De uitkeringen bedragen dus maximum € 41,08 per dag of € 1068,08 per maand. (Bedragen sinds 1.2.2002.) Van deze uitkeringen wordt de bedrijfsvoorheffing afgehouden.

Ze is eenmalig en moet aangevraagd worden ten vroegste op 1 april van het vakantiejaar en ten laatste eind februari van het daaropvolgende jaar.

De jeugdige werknemer die een jeugdvakantie-uitkering wil moet aan zijn werkgever een bewijs van jeugdvakantie vragen = C103 jeugdvakantie . De werkgever levert dit document in dubbel af in de maand waarin de werknemer de eerste jeugdvakantiedagen opneemt. De werknemer bezorgt het vervolgens aan zijn betaalinstelling = zijn vakbond of anders HVW.

2.3.5 De gezinsbijslagen

 

Wet 4.8.1930 – k.b. 19.12.1939 = coördinatie (staatsblad 22.12.1939)

Zie www.socialezekerheid.fgov.be > search for ‘gezinsbijslagen'

 

Gezinsbijslagen: structuur en organisatie

 

De werkgever is wettelijk verplicht om binnen 90 dagen vanaf de indienstneming van werknemers aan te sluiten bij een kinderbijslagfonds (ook als niemand van zijn werknemers kinderen heeft).

De meeste werkgevers kunnen naar eigen keuze aansluiten bij een van de vrije kinderbijslagfondsen of bij de RKW (rijksdienst voor kinderbijslagen voor werknemers).

Werkgevers die actief zijn in de binnenscheepvaart, de scheepsherstelling, het laden en lossen in havens, losplaatsen en stations moeten aansluiten bij de bijzondere compensatiekas opgericht voor hun sector (ook voor gemeenten en openbare instellingen bestaat een bijzondere kas).

Werkgevers actief in de horeca of de diamantsector, reders, werkgevers die huisarbeiders of handelsvertegenwoordigers tewerkstellen die werken voor meerdere werkgevers (alleen voor deze werknemers), werkgevers die niet op tijd aansloten bij een vrij fonds waar dit mocht, moeten aansluiten bij de RKW.

 

De gezinsbijslagen: leeftijd en bedragen

 

Men heeft recht op de gezinsbijslag = kindergeld tot 31 augustus van het kalenderjaar waarin men 18 jaar wordt.

Dit recht is sinds de wet van 29.4.1996 (staatsblad 30.4.1996) losgekoppeld van de schoolplicht, m.a.w. is onvoorwaardelijk.

 

Voor de bedragen: zie Sociale gids, actuele bedragen werknemer, I/16 e.v.

 

De gezinsbijslagen voor studenten en schoolverlaters

 

Zie ook 1.1.11 Studentencontracten

 

Men heeft dus recht op kindergeld tot 31.8 van het jaar dat men 18 wordt, maar dit recht wordt verlengd tot 25 jaar voor de persoon die onderwijs volgt.

Men ontvangt in principe kindergeld voor het ganse kalenderjaar, ook voor de kerstvakantie, de paasvakantie en de zomervakantie, op voorwaarde dat men regelmatig de lessen volgt.

 

Student

 

Een student die werkt verliest niet per se zijn recht op kinderbijslag.

Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen wie werkt met een studentencontract (dus maximum 6m bij dezelfde werkgever – zie 1.1.11) en wie werkt met een gewoon arbeidscontract (als arbeider of bediende) of als zelfstandige:

 

studentencontract

gewoon arbeidscontract

buiten schoolvakanties

in alle gevallen

behoud

kindergeld

 

< 80 werkuren/maand

behoud kindergeld

> 79 werkuren/maand

verlies kindergeld

tijdens schoolvakanties

 

< 80 werkuren/maand

behoud

kindergeld

> 79 werkuren/maand

 

Schoolvakanties = kerstvakantie, paasvakantie, zomervakantie (van juli t/m augustus, voor studenten hoger onderwijs t/m september).

 

Werkt een student met een gewoon arbeidscontract of als zelfstandige een bepaalde maand 80u of meer dan is het kindergeld verloren voor die ene maand.

Maar! werkt hij 80u of meer tijdens de maand vóór de vakantieperiode dan gaat ook het kindergeld voor de (volledige) zomervakantie verloren.

 

Schoolverlater

 

Een schoolverlater behoudt in bepaalde gevallen zijn recht op kindergeld.

Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen ingeschreven en niet ingeschreven schoolverlaters.

 

 

ingeschreven

niet ingeschreven

juli

in beide gevallen recht

op kindergeld

augustus + ev. september

recht op kindergeld voor

- een studentencontract

- een gewoon contract <

wie werkt met

 

80 werkuren/maand

rest. maanden wachttijd

geen kindergeld

recht op kindergeld

 

De wachttijd duurt (voor wie na afloop van de wachttijd nog geen 26 is) 233 werkdagen = 9 maand, te beginnen vanaf 1 augustus (of na 1 augustus als men de werkloosheiduitkering pas nadien aanvraagt, bijv. omwille van herexamens).


notariskantoor Van Damme
Residentie "Groenhove"
Gistelse Steenweg 138 bus F/1

8200 Brugge (Sint-Andries) België
Tel. +32 50 38.11.11 en +32 50 40.40.40
Fax +32 50 38.57.77 en + 32 50 40.40.20
E-mail: vandamme@notare.be URL: http://www.notare.be
Laatst bijgewerkt op 18 mei 2000