Make your own free website on Tripod.com

De term sociaal recht dient in ruime zin verstaan te worden: hij omvat de wetten en decreten maar ook de koninklijke, ministeriële, gemeenschaps- en gewestbesluiten, de nationale, regionale en sectoriële collectieve arbeidsovereenkomsten, algemeen bindend verklaard of niet.

Grosso modo zijn al deze regels onder te brengen in één van de twee belangrijke afdelingen van het sociaal recht:

•  het arbeidsrecht

•  het sociale zekerheidsrecht

 

Het arbeidsrecht (hoofdstuk 1 van de syllabus) omvat de regels betreffende de arbeid en de vergoeding die er voor betaald wordt = het loon, d.w.z. de regels in verband met

•  de (individuele) arbeidsovereenkomsten

•  de (collectieve) arbeidsbetrekkingen

•  de arbeidsreglementering

Het arbeidsrecht is privaat recht: net als bijvoorbeeld het burgerlijk recht gaat het over verbintenissen tussen partijen die vrij, d.i. zonder directe overheidsbemoeienis, tot stand komen.

 

Het sociale zekerheidsrecht (hoofdstuk 2 van de syllabus) heeft betrekking op allerhande situaties van niet-arbeid: ziekte en invaliditeit, arbeidsongevallen, beroepsziekten, werkloosheid, ouderdom, jaarlijkse vakantie. In al deze gevallen wordt er geen arbeid gepresteerd en dus geen loon betaald. Als men aan de gestelde voorwaarden voldoet kan men aanspraak maken op een loonvervangende uitkering.

Boven het gewone vakantiegeld kan men een extra uitkering ontvangen. En personen met kinderlast komen in aanmerking voor gezinsvergoedingen.

In deze twee gevallen worden er loonaanvullende uitkeringen betaald.

Sociale zekerheidsrecht is publiek recht: het omvat minimumregels ter bescherming van de sociaal zwakkere groepen, opgelegd door de overheid.

 

De aanwezigheid binnen het sociaal recht van privaatrechtelijke en publiekrechtelijke regels doet ons spreken van het gemengd karakter ervan. Men moet deze opdeling echter relativeren: ook in het arbeidsrecht is de invloed van de overheid groot (en wordt steeds groter), ook in het sociale zekerheidsrecht is de inbreng van de sociale partners reëel.

 

 

 

 

 

 

•  Sociaal recht, een specifieke rechtstak

 

Het sociaal recht is een specifieke rechtstak omwille van zijn gemengd karakter maar ook omdat het gebruik maakt van een eigen specifieke rechtsterminologie, in het gemeen recht onbekende termen en begrippen én begrippen ontleend aan het gemeen recht maar gebruikt in een specifieke betekenis.

Zo zijn de regels van de contractenleer op een arbeidsovereenkomst deels toepasselijk maar deels ook niet. Zie verder.

Bovendien beschikt de sociale wetgeving over een arsenaal van middelen die specifiek voor haar ontworpen zijn: raden en overlegstructuren, cao's en arbeidsreglementen. In het kader van het sociaalrechtelijk procesrecht opereren specifieke arbeidsrechtbanken en -hoven.

 

0.3.1 De arbeidsgerechten: overzicht

----------------------------------------------------------------------------------------------

eerste aanleg arbeidsrechtbanken (27) per arrondissement

----------------------------------------------------------------------------------------------

tweede aanleg arbeidshoven (5) per rechtsgebied

----------------------------------------------------------------------------------------------cassatie hof van cassatie (1) Brussel

----------------------------------------------------------------------------------------------

De arbeidshoven bevinden zich te Antwerpen, Bergen, Brussel, Gent en Luik, met soms lokale afdelingen (zo zetelt het arbeidshof van Antwerpen ook in Hasselt) (zie www.cass.be/juridad ).

 

0.3.2 De arbeidsgerechten: samenstelling

 

In een arbeidsrechtbank zetelen rechters: beroepsrechters, en lekenrechters = rechters in sociale zaken.

•  In geschillen tussen werknemers en werkgevers zetelen 1 beroepsrechter = de voorzitter + 2 rechters in sociale zaken = 1 afgevaardigde van de erkende werknemers- en 1 van de erkende werkgeversorganisaties.

•  In geschillen betreffende zelfstandigen zetelen 2 beroepsrechters = de voorzitter en 1 bijzitter + 1 rechter in sociale zaken = de afgevaardigde van een erkende beroepsorganisatie voor zelfstandigen.

De arbeidsauditeur (bijgestaan door substituten) fungeert als openbaar ministerie.

De hoofdgriffier, bijgestaan door griffiers en klerken griffiers, is belast met het secretariaat (= de griffie).

Aan elke arbeidsrechtbank is een bureau voor rechtsbijstand verbonden. Wie onvoldoende vermogend is om proceskosten te dragen kan hiervan op eigen verzoek geheel of gedeeltelijk ontslagen worden.

 

In een arbeidshof zetelen raadsheren , beroeps en leken.Het openbaar ministerie wordt er waargenomen door de procureur-generaal bij het hof van beroep, bijgestaan door advocaten-generaal en substituut-procureurs-generaal.

0.3.3 De arbeidsgerechten: bevoegdheid

 

De bevoegdheid ratione materiae of volstrekte bevoegdheid van de arbeidsrechtbank omvat o.a. de geschillen in het kader van het arbeidsrecht (arbeidscontracten, cao's, ondernemingsraden, arbeidsreglementering…), de sociale zekerheid, het sociaal statuut van de zelfstandigen, het sociaal statuut van de mindervalide personen (zie art. 578 van het gerechtelijk wetboek).

 

De onderhandelaars van de vakbonden en de werkgeversorganisaties, de sociale partners , sloten eind februari 2002 het zogeheten herenakkoord, over het optreden bij stakingen.

En ook over de afschaffing van de carensdag en de gedeeltelijke gelijkschakeling van de statuten van arbeiders en bedienden.

Ze kwamen overeen zich bij stakingen aan bepaalde vaste regels te houden: de vakbonden zullen spontane (niet aangekondigde) stakingen zo veel als mogelijk vermijden (?), de werkgeversorganisaties zullen hun leden aanraden bij stakingen niet te snel naar een rechtbank te stappen.

Lees hierover ACV stemt alsnog in met herenakkoord over stakingen in De Standaard van 10.04.2002.

 

De bevoegdheid ratione loci of territoriale bevoegdheid is begrensd tot het arrondissement respectievelijk het rechtsgebied.

In geschillen m.b.t. het arbeidsrecht is het gerecht van de effectieve werkplaats bevoegd.

In geschillen m.b.t. de sociale zekerheid, zelfstandigen en minder valide personen is dit het gerecht van de woonplaats van de sociaal verzekerde of rechthebbende.

 

0.3.4 De arbeidsgerechten: procedure

 

De arbeidsrechtbank is exclusief bevoegd in eerste aanleg .

De rechtsingang geschiedt door middel van een door een gerechtsdeurwaarder betekende dagvaarding.

In geschillen m.b.t. de sociale zekerheid van werknemers of zelfstandigen of m.b.t. minder valide personen volstaat een verzoekschrift, afgegeven op of aangetekend verstuurd naar de griffie.

Soms is ook een vrijwillige verschijning mogelijk.

De inleidende zitting vindt plaats op de datum en het uur zoals vermeld in het deurwaardersexploot.

Partijen verschijnen in persoon of worden vertegenwoordigd door hun echtgenoot of bloed- of aanverwant die volmacht draagt en door de rechter toegelaten wordt. Ook een advocaat kan hen vertegenwoordigen (zonder uitdrukkelijke volmacht) of een afgevaardigde van een erkende vakbond of organisatie van zelfstandigen (met een volmacht).

Geschillen betreffende overtredingen van de wetten op de arbeidsreglementering, de sociale zekerheid (arbeidsongevallen en beroepsziekten uitgezonderd) en minder valide personen moeten worden medegedeeld aan het arbeidsauditoraat.

Slechts weinig zaken kunnen op de inleidende zitting beslecht worden. De meeste zaken worden op vaste datum ofwel sine die uitgesteld, zodat de partijen conclusies of besluiten kunnen uitwisselen, getuigen en/of een deskundige kunnen worden gehoord enz.

Zodra de zaak in staat is wordt een rechtsdag aangevraagd op dewelke de zaak kan worden gepleit .

De voorzitter sluit daarna de debatten en houdt de zaak in beraad, om op een vaste of onbepaalde datum uitspraak te doen.

Hoger beroep , door een van de partijen of ev. door het openbaar ministerie, binnen één maand na betekening van het vonnis, bij deurwaardersexploot of verzoekschrift brengt de zaak in tweede aanleg voor het arbeidshof.

In hoogdringende kwesties is, net als in burgerlijke zaken, een kort geding mogelijk.


notariskantoor Van Damme
Residentie "Groenhove"
Gistelse Steenweg 138 bus F/1

8200 Brugge (Sint-Andries) België
Tel. +32 50 38.11.11 en +32 50 40.40.40
Fax +32 50 38.57.77 en + 32 50 40.40.20
E-mail: vandamme@notare.be URL: http://www.notare.be
Laatst bijgewerkt op 18 mei 2000