Make your own free website on Tripod.com

2.3.6 De werkloosheidsverzekering

 

K.b. 25.11.1991 (staatsblad 31.12.1991), m.b. 26.11.1991 (staatsblad 25.1.1992)

 

Werkloosheidsverzekering: structuur en organisatie

 

De besluitwet van 28.12.1944 (betreffende de maatschappelijke zekerheid van de arbeiders) wees de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening (RVA) drie taken toe:

•  werkloosheidsreglementering = het verlenen van

werkloosheidsuitkeringen

•  beroepsopleiding = het scholen, bijscholen en herscholen van werklozen

•  arbeidsbemiddeling = het zoeken naar jobs voor werklozen

website RVA: www.rva.fgov.be

lees ook RVA kort in De Standaard van 22.8.1995

 

De bijzondere wet van 8.8.1980 (betreffende de institutionele hervormingen) federaliseerde (onder andere) de werkloosheidsverzekering, althans gedeeltelijk.

•  De federale overheid, via de RVA, bleef nog alleen bevoegd inzake de

werkloosheidsreglementering.

•  De Nederlandse, Franse en Duitse gemeenschappen namen de bevoegdheid

over betreffende de beroepsopleiding (evident onderdeel van hun onderwijsbevoegdheid).

•  De Vlaamse, Waalse en Brusselse gewesten namen de bevoegdheid over

betreffende de arbeidsbemiddeling (logische verlenging van hun ruime sociale en economische bevoegdheden).

 

Voor de uitoefening van deze bevoegdheden richtten de gemeenschappen en gewesten eigen nieuwe instellingen op:

•  VDAB = de Vlaamse dienst voor arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding, van de Nederlandse gemeenschap en het Vlaams gewest (met elk een eigen parlement en een eigen regering, die echter bijna onmiddellijk werden samengesmolten tot 1 Vlaams parlement en 1 Vlaamse regering).

website VDAB: www.vdab.be

lees ook VDAB kort in De Standaard van 23.8.1995

•  BGDA = de Brusselse gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling, van het Brussels hoofdstedelijk gewest (BGDA = ORBEM).

website BGDA: www.bgda.be

•  FOREM = Ďoffice communautaire et régional de formation et emploi', van de Franse en Duitse gemeenschappen en het Waals gewest (die elk hun eigen parlement en eigen regering behielden).

website FOREM: www.hotjob.be

•  Bij decreet van 10.05.1999 droeg het Waals gewest zijn bevoegdheid m.b.t. het Duitse gebied over aan de Duitse gemeenschap. Sinds 1.1.2000 behoren de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding er tot de bevoegdheid van het ADG = Arbeitsamt der Deutschsprachigen Gemeinschaft.

info ADG via dglive@mail.be en info@adg.be ).

 

Werkloosheidsreglementering: algemeen

 

Het was oorspronkelijk en is nog steeds de RVA die instaat voor de toepassing van de werkloosheidsreglementering: het werkloosheidsbureau van de RVA beslist wie recht heeft op een werkloosheidsuitkering = stempelgeld.

 

Maar de RVA betaalt de werkloosheidsuitkering niet zelf uit, dit doen

•  de werkloosheidskassen van de vakbonden (ABVV, ACV en ACLVB), ten behoeve van hun leden

websites vakbonden: www.acv.be , www.abvv.be , www.aclvb.be

•  de Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen (HVW), ten behoeve van niet gesyndiceerden

over de HVW zie http://www.meta.fgov.be/pc/pcc/nlcc04/htm

De vakbonden treden in deze op als agenten van de overheid en worden daar ruim voor beloond.

 

Het aantal werklozen = de werkloosheidsgraad evolueert parallel met de economische conjunctuur. Maar de officiële werkloosheidscijfers geven niet altijd strikt de reële werkloosheidsgraad weer.

Lees hierover De lappendeken van de werkloosheid in De Standaard van 5.1.2000 p. 20.

Lees ook RVA telt 949.000 klanten in De Standaard van 22.3.2001 p. 27 en Wallonië levert helft van alle werklozen in België in De Standaard van 5.1.2001 p. 19 .

Over het jaarverslag 2001 van de Hoge raad van de werkgelegenheid: www.meta.fgov.be en Mensen zonder papieren houden werkloosheid hoog in De Standaard van 19.06.2002 p. 15.

 

Er zijn 4 soorten werkloosheidsregelingen :

•  de werkloosheidsregeling na een voltijdse betrekking

•  de werkloosheidsregeling voor deeltijdse werknemers met behoud van rechten (= de onvrijwillige deeltijdse werknemers)

•  de werkloosheidsregeling voor de vrijwillige deeltijdse werknemers

•  de werkloosheidsregeling voor jongeren

 

Hoe een werkloosheidsuitkering aanvragen - ook als pas afgestudeerde?

zie www.rva.fgov.be > volledige werkloosheid > procedure

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Werkloosheidsreglementering: werkloosheid na een voltijdse betrekking

 

Een voltijdse werkloosheidsuitkering wordt uitbetaald wanneer men werkloos wordt na een voltijdse betrekking = een betrekking met gemiddeld minstens 35 werkuren per week en een loon voor een volledige werkweek in het bedrijf.

 

Er moet worden voldaan aan volgende voorwaarden .

 

1- Men moet een aantal arbeidsdagen of daarmee gelijkgestelde dagen

bewijzen, verworven in de periode vóór de aanvraag = de referteperiode.

Art. 30, 35, 52, 52bis k.b. 25.11.1991, art. 7 m.b. 26.11.1991

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

leeftijd bij aanvraag aantal te bewijzen dagen in de referteperiode van

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

minder dan 36 312 dagen 18 maanden

36 tot minder dan 50 468 dagen 27 maanden

50 en meer 624 dagen 36 maanden

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Wie niet voldoet aan de voorwaarde van de eigen leeftijdscategorie maar wel aan die van een van de hogere leeftijdscategorieën wordt eveneens toegelaten.

De referteperiode wordt, wanneer men zijn betrekking onderbreekt om een zelfstandig beroep uit te oefenen, verlengd met de duur van de onderbreking, tot maximum 9 jaar.

Omtrent deze en andere verlengingen van de referteperiode zie Sociale gids p.55/11 e.v.

 

2- Men mag niet werkloos zijn door eigen schuld.

Art. 44 k.b. 25.11.1991

 

Er is eigen schuld als

•  de werknemer zelf ontslag neemt, behalve om een dringende reden

•  als de werknemer ontslagen wordt omwille van een dringende reden

 

3- Men moet zonder bezoldiging zijn.

Art. 44, 46 k.b. 25.11.1991

 

Een werkloze werknemer zal geen werkloosheidsuitkering ontvangen tijdens periodes waarvoor hij (een) andere vergoeding(en) ontvangt (inbegrepen vakantiegeld of een opzegvergoeding). Hij mag uiteraard geen arbeid verrichten voor een derde waarvoor hij loon of een ander materieel voordeel ontvangt = deelnemen aan het economisch ruilverkeer.

Alleen het beheer van de eigen goederen is toegelaten.

 

Een werkloze mag in principe ook zijn zelfstandige partner niet helpen.

Alleen voor de voortzetting van een bijkomstige activiteit mag er hulp geboden worden, zo kan de loontrekkende meewerkende echtgenoot na zijn ontslag de hulp verder zetten in de avonduren of het weekend.

Weekendactiviteiten leiden wel tot een vermindering van het aantal daguitkeringen. Bovendien wordt het bedrag van de daguitkering verminderd als het netto belastbaar inkomen toegewezen aan de echtgenoot de grens overschrijdt.

In bijzondere gevallen en onder strikte voorwaarden kan een werkloze actief zijn. Lees hierover Werkloos en werken: tegenstrijdig? i n Budget & recht nr. 159 nov.-dec. 2001.

Lees ook Toegelaten beroepsbezigheden in de Sociale gids p. 55/24

 

4- Men moet arbeidsgeschikt zijn.

Art. 60, 61§1 k.b. 25.11.1991

 

5- Men moet ingeschreven zijn en blijven als werkzoekende.

Art. 58 k.b. 25.11.1991, art. 34, 36, 89-97 m.b. 26.11.1991

 

M.a.w. men moet zich inschrijven bij de diensten bevoegd inzake arbeidsbemiddeling: VDAB in het Vlaams gewest, BGDA in Brussel, FOREM in het Waals gewest.

 

6- Men moet beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt.

Art. 56 k.b. 25.11.1991

 

7- Men moet de stempelcontrole ondergaan.

Art. 71, 72 k.b. 25.11.1991, art40-47, 52 m.b. 26.11.1991

 

De stempelcontrole wordt georganiseerd door het gemeentebestuur en vindt plaats de 3 de en de 26 ste van elke maand of als deze in het weekend of op een feestdag vallen de daaropvolgende werkdag.

 

De werkloosheidsuitkeringen worden toegekend voor alle dagen van de week, de zondag uitgezonderd.

Zij worden berekend op basis van het brutoloon, met een maximale berekeningsbasis van € 1.643,24/maand = € 63,2015/dag (bedragen sinds 01.02.2002).

 

 

%

minimum

maximum

periode

gezinshoofden

60%

843,18

985,92

blijvend

alleenstaanden

 

60%

708,24

985,92

eerste jaar

45%

708,24

821,60

nadien

samenwonenden

 

55%

531,18

903,76

eerste jaar

35%

 

531,18

 

647,28

 

de volgende 3m + 3m

per jaar anciënniteit

forfait

 

371,14

nadien

 

De cijfers naast de % = de minimale en maximale maandbedragen van de werkloosheidsuitkeringen (geldig sinds 1.2.2002).

Gezinshoofden zijn werklozen die het verlies van een enig inkomen + gezinslast bewijzen.

60% = 35% basis- + 20% aanpassingsvergoeding + 5% voor verlies van enig inkomen.

Alleenwonenden moeten het verlies van een enig inkomen bewijzen. Zij ontvangen het 1 ste jaar 60% en nadien 44% = 35% basis + 10% verlies enig inkomen.

Samenwonenden ontvangen het 1 ste jaar 55% = 35% + 20%, nadien 35% en tenslotte een forfait.

 

Werklozen van 50 tot 65 jaar die minimum 1 jaar werkloos zijn met minimum 20 jaar anciënniteit hebben recht op anciënniteitstoeslagen.

Werkloosheidsreglemenering: deeltijdse werknemers met behoud van rechten

 

Art. 28, 29§2-3, 131bis k.b. 25.11.1991

 

Om erkend te worden als deeltijds werknemer met behoud van rechten (= deeltijds onvrijwillig werkloze) moet voldaan worden aan dezelfde voorwaarden als de werkloze na een voltijdse betrekking .

•  De aanvraag moet ingediend zijn binnen 2 maand na het begin van de deeltijdse betrekking.

•  Er moet worden aangetoond dat men bij de werkgever een verzoek indiende om bij voorrang een eventuele vacante voltijdse betrekking te bekomen.

 

De deeltijdse werknemer met behoud van rechten heeft tijdens zijn deeltijdse betrekking recht op een inkomensgarantie-uitkering.

De maandelijkse uitkering wordt berekend volgens onderstaande formule:

 

26 x het dagbedrag dat de werknemer bij volledige werkloosheid zou ontvangen

plus € 145,18 (gezinshoofd) / 116,15 (alleenwonende) / 87,10 (samenwonende)

min het werkelijk ontvangen nettoloon

 

Voor werknemers die door hun werkgever uit hun voltijdse betrekking ontslagen zijn en het werk bij diezelfde werkgever deeltijds hervatten geldt een carensperiode van 3 maand - niét als hun ontslag kadert in een herstructureringsplan van het bedrijf of als hun voltijds contract van bepaalde duur was of een vervangingscontract.

Voor samenwonenden worden de uitkeringen de eerste 12 maand herleid tot 89,7%.

 

Na afloop van de deeltijdse betrekking heeft men recht op uitkeringen als voltijds werknemer.

 

Werkloosheidsreglementering: de vrijwillige deeltijdse werknemer

 

De vrijwillige deeltijdse werknemer heeft tijdens de deeltijdse betrekking geen recht op uitkeringen.

 

Na de deeltijdse betrekking heeft hij recht op uitkeringen mits hij aan een aantal bijkomende voorwaarden voldoet .

•  De deeltijdse tewerkstelling moet gemiddeld minstens 12 arbeidsuren per week bedragen of minstens 1/3 van een voltijdse betrekking.

•  De werknemer moet hetzelfde aantal halve arbeidsdagen bewijzen als er volle dagen moeten bewezen worden om voltijds uitkeringsgerechtigd te zijn. De referteperiode wordt wel met 6 maand verlengd.

Het aantal halve dagen (met een maximum van 26) wordt vastgesteld aan de hand van deze formule: (som van het aantal arbeidsuren waarvoor RSZ werd betaald x 2) : 5,77

Per week worden een aantal halve werkloosheidsuitkeringen toegekend, berekend volgens de formule (Q : S) x 12.

Q = het normaal gemiddeld aantal arbeidsuren per week van de deeltijdse job

S = het normaal gemiddeld aantal arbeidsuren per week van een voltijdse job

Werkloosheidsreglementering: jongeren

 

Overeenkomstig de voltijdse werkloosheidsregeling kan een schoolverlater alleen aanspraak maken op een werkloosheidsuitkering als hij, zoals iedereen, bewijst dat hij in de referteperiode een minimum aantal dagen arbeid presteerde.

 

Er bestaat, naast het regulier stelsel, een specifieke regeling voor jongeren die

•  niet meer leerplichtig zijn

•  hun studies beëindigen

•  een aanvraag indienen om van deze regeling te genieten

Na de studies loopt dan een wachttijd van 155, 233 of 310 werkdagen, resp. voor wie na de wachttijd nog geen 18, 26 of 30 is.

De wachttijd begint bij het indienen van de aanvraag, maar ten vroegste vanaf 1 augustus.

Na het beëindigen van zijn studies kan de jongere:

niet werken

+ ingeschreven zijn als werkzoekende

wachttijd loopt

werken met een studentencontract

zonder vrijstelling van de normale SZ

wachttijd loopt

werken met een studentencontract

met vrijstelling van de normale SZ

wachttijd loopt niet

werken met een regulier contract

en dus SZ (sociale zekerheid) betalen als WN

wachttijd loopt

werken als zelfstandige

en dus beperkte bijdragen SZ betalen

wachttijd loopt niet

in het buitenland verblijven

met toestemming RVA

wachttijd loopt

in het buitenland verblijven

zonder toestemming RVA

wachttijd loopt niet

 

De wachtuitkeringen = de uitkeringen na afloop van de wachttijd bedragen:

gezinshoofden

€ 31,60/dag

€ 821,60/maand

alleenstaanden

•  jonger dan 18

•  18 tot 20

•  21 en ouder

 

8,80

13,83

22,45

 

228,80

359,58

583,70

samenwonenden

•  jonger dan 18

•  18 en ouder

 

7,69

12,28

 

199,94

319,28

samenwonend met alleen

een vervangingsinkomen

•  jonger dan 18

•  18 of ouder

 

 

8,15

13,10

 

 

211,90

340,60

bedragen sinds 1.2.2002


notariskantoor Van Damme
Residentie "Groenhove"
Gistelse Steenweg 138 bus F/1

8200 Brugge (Sint-Andries) BelgiŽ
Tel. +32 50 38.11.11 en +32 50 40.40.40
Fax +32 50 38.57.77 en + 32 50 40.40.20
E-mail: vandamme@notare.be URL: http://www.notare.be
Laatst bijgewerkt op 18 mei 2000